4.10. Geïntegreerd transformeren

Afbeelding 14.114. Geïntegreerd transformeergereedschap

Geïntegreerd transformeergereedschap

Dit gereedschap combineert verschillende gereedschappen: Draaien, Schalen, Hellen en Perspectief, en voert een of meer van deze acties tegelijk uit in één bewerking. Het combineren van twee of meer opties geeft je bijna oneindige mogelijkheden tot transformatie.

Net als de andere transformatiegereedschappen werkt dit op de actieve laag (standaard).

Nadat u het geïntegreerd transformeergereedschap in de toolbox hebt geselecteerd, klikt u op het afbeeldingsvenster. Er worden verschillende elementen weergegeven in het afbeeldingsvenster:

4.10.1. Het gereedschap activeren

U kunt het gereedschap op verschillende manieren activeren:

  • From the main menu: ToolsTransform ToolsUnified transform.

  • By clicking the tool icon in the Toolbox.

  • By pressing the Shift+L keyboard shortcut.

4.10.2. Opties

Afbeelding 14.115. Opties van het Geïntegreerd transformeergereedschap

Opties van het Geïntegreerd transformeergereedschap

De beschikbare opties zijn toegankelijk door te dubbelklikken op het pictogram van het gereedschap.

Gedeelde opties
[Opmerking] Opmerking

Zie Paragraaf 4.1, “Algemene Eigenschappen” voor een beschrijving van gereedschapsopties die van toepassing zijn op veel of alle transformatiegereedschappen.

Beperk (Shift)

Verplaatsen: wanneer deze optie is uitgeschakeld, verloopt het verplaatsen van de laag soepel. Als u de optie inschakelt, wordt de beweging beperkt tot 45° vanuit het midden.

Schalen: wanneer deze optie is aangevinkt, blijft de beeldverhouding behouden.

Afbeelding 14.116. Schalen beperken

Schalen beperken

Beperking niet aangevinkt (geen middelpunt)

Schalen beperken

Beperking aangevinkt (geen middelpunt)


Draaien: standaard rotatie is soepel. Wanneer deze optie is aangevinkt, gaat het draaien in stappen van 15 °.

Hellen: normaal gesproken sleept u, om de laag te hellen, het bijbehorende pictogram langs de rand. Als deze optie niet is aangevinkt (standaard), kunt u van deze rand afgaan. Als deze optie is ingeschakeld, blijven de handgrepen aan deze rand.

Perspectief: normaal gesproken (optie niet aangevinkt) kunt u het bijbehorende pictogram vrij over de afbeelding slepen om van perspectief te veranderen. Als deze optie is ingeschakeld, blijven de perspectiefgrepen altijd op een rand of op een diagonaal.

Afbeelding 14.117. Perspectiefbeperkingsoptie

Perspectiefbeperkingsoptie

Beperking niet aangevinkt

Perspectiefbeperkingsoptie

Beperking aangevinkt


Van middelpunt (Ctrl)

Schalen:

Afbeelding 14.118. Schalen vanuit middelpunt

Schalen vanuit middelpunt

Van middelpunt niet actief, beperk geselecteerd

Schalen vanuit middelpunt

Van middelpunt en beperk geselecteerd


Hellen: Wanneer deze optie is uitgeschakeld (standaard), wordt de tegenoverliggende rand gefixeerd en beweegt het draaipunt met hellen. Wanneer de optie is aangevinkt, wordt het hellen uitgevoerd rond het draaipunt en wordt de andere kant mee getrokken in de tegenovergestelde richting.

Perspectief: wanneer deze optie is aangevinkt, blijft het middelpunt op zijn plaats.

Afbeelding 14.119. Perspectief vanuit middelpunt

Perspectief vanuit middelpunt

Van middelpunt niet actief, beperk geselecteerd

Perspectief vanuit middelpunt

Van middelpunt en beperk geselecteerd


Middelpunt

Magneet: als deze optie is aangevinkt, klikt het draaipunt in het midden of op hoeken wanneer het in de buurt komt.

Vergrendel: Vergrendelt het middelpunt.

4.10.3. Hulptoetsen

Key modifiers are active when an action (move, scale, rotate, etc.) is selected. Hold on:

  • Shift om alle niet-aangevinkte opties te activeren en de reeds aangevinkte opties uitschakelen als een transformatie handgreepgreep is geselecteerd of, als het midden is geselecteerd, om het middelpunt vast te zetten in het midden of een hoek,

  • Ctrl om alle inactieve opties van middelpunt aan te vinken en de reeds aangevinkte opties uit te schakelen.