JPEG-bestanden hebben gewoonlijk de extensie .jpg, of .jpeg. Het is een heel breed gebruikte indeling, omdat het afbeeldingen heel efficiënt comprimeert, daarbij het verlies aan kwaliteit voor de afbeelding minimaliserend. Het ondersteunt echter geen transparantie of meerdere lagen.
In het verleden werd de indeling JPEG beschouwd als de beste keuze als de bestandsgrootte van belang was, vanwege zijn goede compressie. Tegenwoordig zijn er echter verschillende andere indelingen die JPEG hebben ingehaald voor het verkleinen van de bestandsgrootte. Sommige door GIMP ondersteunde voorbeelden zijn HEIF, JPEG xl en WebP.
Het algoritme JPEG is behoorlijk complex, wat wordt gereflecteerd in zijn opties. De meeste specifieke instellingen voor JPEG, behalve Kwaliteit, worden gewoonlijk gelaten zoals ze zijn, tenzij u begrijpt wat de effecten van de instelling zijn.
Het niveau van Kwaliteit ligt tussen 0 tot en met 100 en is een indicatie voor de hoeveelheid verwachte artefacten. Omdat JPEG een indeling met verlies is, zal er altijd een bepaalde hoeveelheid verlies aan kwaliteit zijn. Om die reden is het in het algemeen geen goed idee om afbeeldingen JPEG op te slaan na ze te hebben bewerkt en weer opnieuw te hebben bewerkt, omdat u elke keer een klein beetje detail zult verliezen.
Waarden boven 95, of zelfs 90, zijn zelden nuttig en hoge waarden verhogen significant de grootte van uw afbeeldingen JPEG. De standaardkwaliteit van 85 produceert gewoonlijk excellente resultaten, maar in veel gevallen is het mogelijk om de kwaliteit substantieel lager in te stellen, zonder de afbeelding zichtbaar te verminderen. U kunt het effect van verschillende instellingen voor kwaliteit testen door Voorbeeld in afbeeldingsvenster tonen te selecteren in het dialoogvenster JPEG.
|
Opmerking |
|---|---|
|
Onthoud dat de getallen voor het niveau van de kwaliteit voor de JPEG een andere betekenis hebben in andere toepassingen. Opslaan met een kwaliteit van 80 in GIMP is niet noodzakelijkerwijze te vergelijken met een kwaliteitsniveau van 80 in een andere toepassing. |
Als er in de ingeladen afbeelding een bepaalde kwaliteitsinstelling (of “kwaliteiten tabel”) zat ingebouwd dan biedt deze optie u de mogelijkheid om die instelling te gebruiken in plaats van de standaard instelling van GIMP.
Als u slechts een paar wijzigingen aan de afbeelding hebt gemaakt, dan zal het opnieuw gebruiken van dezelfde instelling voor kwaliteit u bijna dezelfde kwaliteit en bestandsgrootte geven als voor de originele afbeelding. Dit zal de verliezen minimaliseren die worden veroorzaakt door de stap van kwantiseren, vergeleken met wat er zou gebeuren als u een andere instelling voor de kwaliteit zou gebruiken.
Als de in het originele bestand gevonden instelling voor de kwaliteit niet beter is dan uw standaard instellingen voor de kwaliteit, dan zal de optie “Kwaliteitsinstellingen uit originele bestand gebruiken” beschikbaar zijn, maar niet ingeschakeld. Dit zorgt ervoor dat u altijd ten minste de minimale kwaliteit krijgt die is gespecificeerd in uw standaard. Als u geen belangrijke wijzigingen maakte in de afbeelding en u wilt die opslaan met dezelfde kwaliteit als het origineel, dan kunt u dat doen door deze optie in te schakelen.
Selecteren van deze optie zorgt ervoor dat elke wijziging in kwaliteit (of enige andere parameter voor JPEG) wordt weergegeven in de weergave van de afbeelding. (Dit wijzigt de afbeelding niet: de afbeelding keert terug naar zijn originele status als het dialoogvenster JPEG wordt gesloten.)
Inschakelen van deze instelling stelt u in staat een schatting te zien van de bestandsgrootte van de afbeelding JPEG. Onthoud dat deze schatting niet de metadata bevat. Indien u enkele of alle instellingen voor de metadata hebt ingeschakeld, zal de grootte meer zijn dan wordt weergegeven, afhankelijk van de hoeveelheid metadata die aan uw afbeelding werd toegevoegd.
Enige informatie over de geavanceerde opties:
JPG-compressie maakt artefacten. Door deze optie te gebruiken kunt u de afbeelding gladder maken bij het opslaan, wat ze vermindert. Maar uw afbeelding wordt enigszins vervaagd.
Met deze optie ingeschakeld, worden delen van de afbeelding opgeslagen in het bestand in een volgorde die het mogelijk maakt de afbeelding progressief te verfijnen gedurende een download met een trage internetverbinding. De progressieve optie voor JPG heeft hetzelfde doel als de optie Interlace voor GIF. Helaas produceert de progressieve optie enigszins grotere JPG-bestanden (dan zonder de progressieve optie).
|
Opmerking |
|---|---|
|
Pas op dat bepaalde oudere tv's en fotolijsten (en misschien andere apparaten) mogelijk geen jpeg-afbeeldingen kunnen weergeven die zijn geëxporteerd met de progressieve instelling ingeschakeld (wat de standaardinstelling is). |
Als u een CMYK-profiel hebt toegewezen aan uw afbeelding als profiel voor afdrukvoorbeeld, kan deze instelling worden geselecteerd om uw afbeelding te laten exporteren met dat CMYK-profiel. Dat is soms vereist als u uw afbeelding professioneel laat afdrukken. Het bedrijf dat uw afbeelding afdrukt zal u dat, als dat nodig is, vertellen.
Als deze instelling is uitgeschakeld, heeft u nog geen profiel voor afdrukvoorbeeld ingesteld voor deze afbeelding. Bekijk het toewijzen van een Profiel afdrukvoorbeeld.
De naam van het CMYK-profiel dat is toegewezen aan deze afbeelding zal onder deze instelling worden weergegeven.
Wiskundige codering is een vorm van natuurkundige codering (een verliesloos compressieschema voor gegevens) dat kan worden gebruikt bij het exporteren als JPEG. Afbeeldingen die wiskundige codering gebruiken kunnen tot 5 - 10 % kleiner zijn. Maar oudere software zou problemen kunnen hebben om deze afbeeldingen te openen.
Als u deze optie inschakelt zal de optimalisatie voor parameters voor natuurkundige codering worden gebruikt. Het resultaat is gewoonlijk een kleiner bestand, maar het duurt langer om het te maken.
Het afbeeldingsbestand kan markeringen bevatten die het mogelijk maken dat de afbeelding als segmenten wordt geladen. Als een verbinding wordt verbroken tijdens het laden van de afbeelding in een webpagina, kan het laden worden voortgezet vanaf de volgende markering.
Afbeeldingen JPEG worden opgeslagen als een serie gecomprimeerde vierkante tegels, genaamd MCU (Minimum Coding Unit). U kunt de grootte van deze tegels instellen (in pixels).
Het menselijk oog is niet op dezelfde manier gevoelig voor het gehele kleurenspectrum. De compressie kan dit gebruiken door enigszins verschillende kleuren te gebruiken, waarvan het oog denkt dat ze dicht bij elkaar liggen, als identieke kleuren. De volgende methoden zijn beschikbaar:
Dit produceert de beste kwaliteit, met behoud van grenzen en contrastkleuren, maar de compressie is niet zo goed als de andere methoden.
Dit is de standaard voor subsamplen, die gewoonlijk een goede verhouding verschaft tussen kwaliteit en bestandsgrootte. Er zijn echter situaties waarin het niet gebruiken van subsamplen (4:4:4) een merkbare toename verschaft in de kwaliteit van de afbeelding; bijvoorbeeld als de afbeelding fijne details bevat, zoals tekst op een uniforme achtergrond, of afbeeldingen bijna-vlakke kleuren.
Dit is soortgelijk aan 4:2:2, maar chroma is verminderd in de verticale richting.
Dit produceert de kleinste bestanden. Dit is goed voor afbeeldingen met zwakke randen, maar neigt ernaar kleur te verliezen.
DCT is “discrete cosine transform” en het is de eerste stap die het algoritme JPEG uitvoert van het ruimtelijke naar het frequentie-domein.
Deze methode is veel minder nauwkeurig dan de andere methoden, maar sneller.
Deze methode is sneller dan Drijvende komma, maar niet zo nauwkeurig. Dit is de standaard.
Dit is heel weinig meer nauwkeurig dan de methode Integer, maar is veel langzamer, tenzij uw machine hele snelle hardware voor Drijvende komma heeft. Onthoud ook dat de resultaten van de methode Drijvende komma enigszins zouden kunnen variëren tussen machines, terwijl de methode Integer overal dezelfde resultaten zou moeten geven.
U kunt op de link “(bewerken)” klikken om de bewerker voor de metadata te openen om metadata te wijzigen of toe te voegen, die u wilt hebben opgenomen in de afbeelding. Opmerking: u zult nog steeds de relevante opties voor het opslaan van de metadata, die hieronder zijn vermeld, moeten inschakelen.
De instellingen voor de metadata in het dialoogvenster voor exporteren overschrijven de standaard waarden die zijn ingesteld in uw Voorkeuren voor exporteren van metadata.
Wanneer deze optie is ingeschakeld, zullen EXIF-metagegevens worden opgeslagen in de geëxporteerde afbeelding.
Wanneer deze optie is ingeschakeld, zullen IPTC-metagegevens worden opgeslagen in de geëxporteerde afbeelding.
Wanneer deze optie is ingeschakeld, zullen XMP-metagegevens worden opgeslagen in de geëxporteerde afbeelding.
Wanneer deze optie is ingeschakeld, zal het kleurprofiel worden opgeslagen in de geëxporteerde afbeelding.
Wanneer deze optie is ingeschakeld zal een miniatuur worden opgeslagen als deel van de EXIF-metagegevens. Dit zal ervoor zorgen dat bepaalde tags voor EXIF ook worden opgeslagen, zelfs als u het opslaan van metagegevens van EXIF hebt uitgeschakeld.
Deze opmerking kunt u dan teruglezen in de Afbeeldingsinfo.