4.8. Selectiebewerker

De opdracht Selectiebewerker geeft het dialoogvenster Selectiebewerker weer. Dit dialoogvenster geeft de actieve selectie in de huidige afbeelding weer en geeft u gemakkelijk toegang tot aan de selectie gerelateerde opdrachten. Het is niet echt bedoeld om direct selecties te bewerken, maar als u werkt aan een selectie, is het handig om alle opdrachten voor de selectie bij de hand te hebben, omdat het gemakkelijker is om op een knop te drukken dan om naar opdrachten te zoeken in de boom met opdrachten of de menubalk. De Selectiebewerker biedt ook enkele geavanceerde opties voor de opdracht Selectie naar pad.

4.8.1. De opdracht uitvoeren

U kunt deze opdracht uitvoeren met het hoofdmenu met SelecterenSelectiebewerker.

4.8.2. Beschrijving van het dialoogvenster Selectiebewerker

Afbeelding 16.19. Het dialoogvenster Selectiebewerker

Het dialoogvenster “Selectiebewerker”

De knoppen

Het dialoogvenster Selectiebewerker heeft verscheidene knoppen voor gemakkelijke toegang tot opdrachten voor selecties:

Het weergavevenster

In het weergavevenster zijn geselecteerde gebieden van de afbeelding wit, niet-geselecteerde gebieden zijn zwart en gedeeltelijk geselecteerde gebieden zijn tinten grijs. Klikken op dit venster werkt als in Selecteren op kleur. Bekijk het voorbeeld hieronder.

Afbeelding 16.20. Voorbeeld van het klikken in het weergavevenster Selectiebewerker

Voorbeeld van het klikken in het weergavevenster “Selectiebewerker”

Venster Selectiebewerker na klikken.

Voorbeeld van het klikken in het weergavevenster “Selectiebewerker”

Afbeelding met resulterende selectie toegepast.


4.8.3. Het dialoogvenster Geavanceerde instellingen 'Selectie naar pad'

Afbeelding 16.21. Het dialoogvenster Geavanceerde instellingen

Het dialoogvenster “Geavanceerde instellingen”

Het dialoogvenster Geavanceerde instellingen 'Selectie naar pad', dat u krijgt door met Shift ingedrukt te klikken op de knop Selectie naar pad, bevat een aantal opties, de meeste waarvan u kunt instellen met ofwel een schuifbalk of een tekstvak. Er is ook een keuzevak. Deze opties worden meestal gebruikt door gevorderde gebruikers. Zij zijn:

Drempelwaarde voor uitlijnen

Als twee eindpunten dichter bij elkaar zijn dan deze waarde, dan worden ze gelijk gemaakt.

Hoek altijd drempelwaarde

Als de hoek die is gedefinieerd door een punt en zijn voorgangers en opvolgers kleiner is dan dit, is het een hoek, zelfs als deze binnen de beeldpunten Omgeving hoek van een punt met een kleinere hoek ligt.

Omgeving hoek

Aantal punten om te bepalen of een punt een hoek is of niet.

Drempelwaarde hoek

Als een punt, z'n voorgangers en z'n opvolgers een hoek bepalen die kleiner is dan dit, is het een hoek.

Drempel fout

Hoeveelheid fout waarmee een uitgevoerde spline [6] niet acceptabel is. Als enig beeldpunt verder dan dit weg is van de uitgevoerde curve, probeert het algoritme het opnieuw.

Filter Alternatieve omgeving

Een tweede aantal nabij liggende punten om in overweging te nemen tijdens het filteren.

Filter Ypsilon

Als de hoeken tussen de vectorpunten, die worden geproduceerd door Filter Omgeving en Filter Alternatieve omgeving meer dan dit van elkaar verschillen, gebruik dan die van Filter Alternatieve omgeving.

Aantal herhalingen filter

Het aantal keren waarmee de originele gegevenspunten gladder moeten worden gemaakt. Dramatisch verhogen van dit aantal, tot 50 of zo, kan enorm betere resultaten produceren. Maar als er enige punten die hoeken zouden moeten zijn, niet worden gevonden, wordt de curve onvoorspelbaar rondom dat punt.

Filterpercentage

Om het nieuwe punt aan te maken, gebruikt u het oude punt plus dit aantal keren de buren.

Filter Secundaire omgeving

Aantal nabij liggende punten om te beoordelen of punten Filter Omgeving een rechte lijn definiëren.

Filter Omgeving

Aantal nabij liggende punten om mee te nemen bij het filteren.

Knieën behouden

Dit keuzevak vertelt of punten knie al dan niet moeten worden verwijderd na het zoeken van de omtrek.

Drempel lijnomkering

Als een kromme dichter bij een rechte lijn is dan dit, blijft het een rechte lijn, zelfs als het anders veranderd zou worden in een curve. Dit wordt bepaald door het kwadraat van de lengte van de curve, waardoor kortere curves eerder teruggezet worden.

Lijndrempel

Hoeveel pixels (gemiddeld) een kromme van de lijn, bepaald door zijn eindpunten, mag afwijken, voordat het veranderd wordt in een rechte lijn.

Verbetering door nieuwe parameter

Als nieuwe parameters de passing niet beter maken dan met dit percentage, dan stopt het algoritme ermee.

Drempel voor nieuwe parameters

Foutgehalte waarbij het zinloos is om nieuwe parameters te gebruiken. Dit gebeurt, bijvoorbeeld, als het algoritme probeert de omtrek van de buitenzijde van een O passend te maken met een enkele spline. De initiële passing is niet goed genoeg voor de iteratie Newton-Raphson om die te verbeteren. Het zou kunnen zijn dat het beter zou zijn de gevallen te detecteren waarin het algoritme in het geheel geen hoeken vond.

Zoeken onderverdelen

Percentage van de curve verwijderd van het slechtste punt om naar een betere plek voor onderverdeling te zoeken.

Omgeving onderverdelen

Aantal punten om in ogenschouw te nemen om te beslissen of een gegeven punt een betere plek is om onder te verdelen.

Drempel onderverdelen

Hoeveel pixels een punt kan afliggen van een rechte lijn en nog steeds als een betere plek kan worden gezien om onder te verdelen.

Tangens omgeving

Aantal punten waarnaar aan elke zijde van een punt moet worden gekeken wanneer de benadering van de raaklijn op dat punt wordt berekend.



[6] Spline is een wiskundige term voor een functie die een curve definieert met een reeks controlepunten, zoals een Bézier-curve.

Bekijk Wikipedia voor meer informatie.